Almejas a la marinera

Schelpen die opengaan in een saus van knoflook, wijn en peterselie — de zee op een bord.
Het verhaal
A la marinera betekent op de manier van de zeelieden, en eenvoudiger dan dit wordt kustkeuken niet. De almejas gaan open in een saus van knoflook, ui, witte wijn en peterselie, en geven daarbij hun zilte vocht af — dat vocht ís de saus. Een klein beetje bloem of geraspt brood bindt hem net genoeg.
Je eet ze met de handen, met veel brood, en gebruikt een lege schelp als lepeltje voor de saus. Vers van de markt, in een paar minuten klaar; het enige wat telt is dat je ze niet te lang laat gaan.
Voor wie / wanneer
• Aantal personen: 4, als tapa
• Tijd: 20 minuten, plus wateren
• Seizoen: hele jaar, naar de vangst
Wat je nodig hebt
• almejas (kokkels of venusschelpen) — 1 kg
• knoflook — 3 tenen, fijn · ui — 1, fijn
• droge witte wijn — 150 ml
• platte peterselie — een handvol, gehakt
• bloem — 1 theelepel · zoete pimentón — een snuf (optioneel) · laurier
• extra vergine olijfolie, zout
Hoe je het maakt
1) Laat de schelpen minstens een uur in koud, gezouten water staan zodat ze het zand loslaten. Gooi geopende of kapotte weg.
2) Bak de knoflook en ui zacht in olie. Strooi de bloem erover en bak kort mee, roer dan de pimentón erdoor.
3) Blus met de witte wijn, voeg een scheut water, de laurier en de helft van de peterselie toe, en laat een paar minuten inkoken.
4) Voeg de schelpen toe, dek af en kook tot ze opengaan — zo'n 4 tot 5 minuten. Gooi de exemplaren weg die dicht blijven.
5) Rest van de peterselie erover, meteen serveren.
Onze hand
Niet te lang koken — zodra de schelpen open zijn, zijn ze klaar. En zout voorzichtig; de schelpen brengen zelf al zee mee.
Aan tafel
Recht uit de pan, met veel brood en een koud glas witte wijn of cava. Een lege schelp is je lepel.