Croquetas de jamón

Romige bechamel met jamón, gepaneerd en goudbruin — ieders favoriete tapa.
Het verhaal
Misschien wel de meest geliefde tapa, en een maatstaf voor een keuken: vanbinnen moet het bijna vloeibaar zijn, vanbuiten krokant. Restjes jamón gebonden in een dikke bechamel, koud laten worden, gevormd, gepaneerd en gefrituurd. De bechamel van iedere oma is anders, en iedereen vindt die van zichzelf de beste.
Eerlijk: deze wordt echt gefrituurd — meer een gerecht om aan de bar te bestellen dan om op het terras te maken. Maar te lekker om weg te laten.
Voor wie / wanneer
• Aantal personen: 4, als tapa
• Tijd: 40 minuten, plus koelen
• Seizoen: hele jaar
Wat je nodig hebt
• jamón serrano — 100 g, heel fijn gesneden
• boter — 50 g · bloem — 60 g · melk — 500 ml · een snuf nootmuskaat
• ei, paneermeel, frituurolie, zout
Hoe je het maakt
1) Maak een dikke bechamel: smelt de boter, roer de bloem erdoor, giet er beetje bij beetje de warme melk bij tot een gladde, stevige massa. Roer de jamón en de nootmuskaat erdoor.
2) Stort de massa in een schaal, dek af en laat enkele uren of een nacht opstijven in de koelkast.
3) Vorm er kroketjes van, haal ze door bloem, ei en paneermeel.
4) Frituur ze goudbruin in hete olie en laat ze kort uitlekken.
Aan tafel
Meteen, als de binnenkant nog warm en romig is. Voorzichtig met de eerste hap.